Tegenspraak effectief organiseren

Je kent ze wel, de handboeken over leiderschap. ‘Je moet je eigen tegenspraak organiseren!’, houden ze niet op met herhalen. Hóe zeggen ze er niet bij, noch van wie, wanneer, op welk moment, of welke andere praktische overweging dan ook. ‘Als vakgebied is tegenspraak nog tamelijk pril’, zegt Jeroen van Maaren, directeur van adviesbureau Corion.

EERSTE TEGENSPRAAKCONSULTANT

Van Maaren kan het weten. Zijn bureau is waarschijnlijk het eerste en tot nu toe een van de zeer weinige consultancyorganisaties die zich richten op tegenspraak. In de wereld van politie en justitie, waar tegenspraak sinds enkele jaren een vast onderdeel van het primaire proces is, zag Van Maaren de kracht van het middel. Sindsdien organiseert Corion tegenspraaksessies en coacht topmanagers bij de communicatie met hun staf, hoewel het niet stormloopt met opdrachten op dit gebied. Van Maaren: ‘Managers zitten niet te wachten op de mededeling dat ze onvoldoende worden tegengesproken.’

FUNCTIONEEL MITS RATIONEEL

Een van de eerste dingen die Corion deed, was onderzoek laten doen door een masterstudent. Daaruit bleek (behalve dat er nog weinig literatuur bestaat over de vraag hoe leiders tegenspraak effectief kunnen organiseren) dat ze het wel degelijk als functioneel ervaren, mits ‘zakelijk’ – op grond van rationele argumenten en ontdaan van emoties. Ook de timing is van groot belang: tegenspraak kan zeer welkom zijn in de strategische fase, maar compleet misplaatst in de operationele fase.

‘JULLIE ZIJN NIETSNUTTEN!’

Een voorbeeld van hoe de perceptie van tegenspraak uiteen kan lopen, zag Van Maaren bij een opdracht voor een publieke organisatie. Van Maaren: ‘De directeur zei: “Ik heb geen klankbord.” Het MT zei: “We worden niet gehoord.” Dat zeiden ze tegen mij, niet tegen elkaar.’ Corion bracht het groepsproces op gang zorgde dat de directeur en het MT beter naar elkaar gingen luisteren. Van Maaren: ‘De bewustwording van het probleem is vaak de belangrijkste stap. Als je als organisatie voelt dat er tegenspraak ontbeert, heb je ons eigenlijk al niet meer nodig. Helaas zijn er nog steeds veel managers die schreeuwend voor de groep staan: “Jullie zijn allemaal nietsnutten want niemand spreekt mij tegen!”’

NUTTIG OF GEZANIK

Een van de redenen dat het vaak misgaat is het voortdurende ‘spitsuur’ in bedrijven. Van Maaren: ‘Ik heb drie jonge kinderen en voor mij is de periode aan het eind van de dag spitsuur. Maar in bedrijven is het vaak de hele dag door spitsuur. Er komt van alles op je af en je moet vaak met te weinig mensen te veel voor elkaar zien te krijgen.’ Om die reden is Van Maarens allereerst advies om tegenspraak een vaste plaats en vorm te geven. ‘Anders komt het er niet van. Als je tegenspraak formaliseert, kan het onderdeel van de processen worden en is het een instrument om die processen te verbeteren. Als je het geen vaste vorm geeft, zit het in de weg van alle drukte en wordt het gezien als gezanik. Tegenspraak gaat dan lijken op tegenwerking.’

POCKETS OF RESISTANCE

Zoals bij politie en justitie gebeurt, kan het benoemen van onafhankelijke tegensprekers een nuttig instrument zijn, adviseert Van Maaren. ‘De betrokken partijen hebben vaak tegengestelde belangen. Een onafhankelijke ‘derde’ kan dat beter inschatten en heeft geen hinder van eventuele emotionele barrières. Zeker als die persoon getraind is om op gebalanceerde manier tegenspraak te geven.’ Een ander advies is het opzoeken van de eventuele weerstand. Van Maaren: ‘Ik zeg altijd dat je voldoende afstand tot de materie moet hebben. Daar bedoel ik mee: niet te veel. Je moet als manager weten wat er speelt: op de werkvloer, achter de kassa in de supermarkt. Bij een hoofdpijndossier hebben veel mensen de neiging om weg te bewegen. Maar in je veilige kantoor hoor je de tegenspraak niet. Zoals Norman Schwarzkopf al zei: Find the pockets of resistance!’

EERSTE IDEE NIET HET BESTE

Met als doel: betere besluiten, minder fouten en een betere cultuur. Van Maaren: ‘Uit onderzoek blijkt dat het eerste idee in de vergadering meestal niet het beste is. Toch wordt dat meestal aangenomen. De manager hakt snel de knoop door, en de rest denkt: “Hij zal er wel over nagedacht hebben. Ik houd mijn mond maar, dan kan ik eerder terug naar mijn computer om de e-mail af te werken.”’

Bron: MT.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.