Werkgerichte therapie verlaagt de drempel om weer aan de slag te gaan

Een nieuwe vorm van therapie kan ervoor zorgen dat mensen die met psychische klachten thuis zitten veel sneller weer aan het werk gaan. Langdurig zieken die de therapie kregen, zaten gemiddeld 65 dagen eerder weer achter hun bureau.

Werkgevers breken zich er het hoofd over: hoe krijg ik mijn langdurig zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk? In de huidige situatie werken hulpverleners vaak langs elkaar heen, zegt arbeidspsychologe Suzanne Lagerveld, die onlangs op dit onderwerp promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

‘Veel mensen die langdurig thuis zitten met psychische klachten – depressies, burn-out angststoornissen – lopen ook bij een GZ-psycholoog om van hun klachten af te komen. Waar de bedrijfsarts vooral gericht is op reïntegratie, focust de psycholoog op het verminderen van de psychische klachten. Dat levert vaak tegenstrijdige adviezen op: een bedrijfsarts die zegt dat je wel weer aan het werk kan, terwijl de psycholoog je nog wat meer rust adviseert.’

Drempel wordt steeds hoger
In de reguliere therapie van GZ-psychologen komt de werksituatie meestal pas laat aan bod, signaleert Lagerveld. ‘Eerst herstellen, is het devies, de werksituatie bespreken we later wel. Terwijl patiënten zich wel al zorgen maken over hun werk: hoe moet dat als ik straks weer aan de slag ga? De drempel om terug te gaan wordt steeds hoger naarmate mensen er langer uit zijn, ze gaan er als een berg tegenop zien.’

Voor de patiënt is het daarom beter als de twee doelen – werkhervatting en herstel – meer worden geïntegreerd, zegt de onderzoeker. Ze ontwikkelde een werkgerichte cognitieve gedragstherapie, waarin meteen al veel meer aandacht is voor de werksituatie.

Koffie drinken met een collega
In elke sessie van de therapie komen aspecten van het werk aan bod. Dat kan op allerlei manieren, vertelt Lagerveld. ‘Bij reguliere therapie wordt mensen met een depressie bijvoorbeeld aangeraden om eens koffie te gaan drinken met een goede vriend of vriendin. Maar je kunt ook koffie drinken met een collega met wie je het goed kunt vinden. Dan zet je tegelijkertijd weer een stapje in de richting van je werk.’

Werk is een belangrijk onderdeel van het leven, benadrukt Lagerveld. ‘Het kan je juist helpen om sneller beter te worden, ook doordat het zingeving en structuur biedt. Je ziet bijvoorbeeld soms dat mensen die last hebben van dwanggedachten die op hun werk kunnen beheersen, terwijl dat thuis niet lukt.’

In de therapie wordt de werksituatie veel gebruikt als oefenterrein, bijvoorbeeld bij het leren omgaan met perfectionisme, met angsten, of met die ene lastige collega. Dat soort dingen moet je natuurlijk wel stapsgewijs opbouwen, zegt Lagerveld, om te voorkomen dat mensen te snel geconfronteerd worden met situaties waar ze nog niet klaar voor zijn.

Is sneller altijd beter?
Vooralsnog zijn de resultaten van de therapie veelbelovend: de mensen die de werkgerichte therapie kregen, waren veel sneller weer volledig aan het werk – gemiddeld 65 dagen eerder dan mensen die een reguliere therapie volgden.

Voor werkgevers levert dat natuurlijk een grote kostenbesparing op. Maar is sneller aan het werk gaan ook altijd beter voor de werknemer zelf? ‘Nee, zeker niet altijd’, zegt Lagerveld. ‘De therapie is er ook niet op gericht om mensen koste wat het kost weer snel aan het werk te krijgen, het is belangrijk dat het werk wel bijdraagt aan het herstel. Het gebeurt dus ook in deze therapie regelmatig dat mensen met een burn-out worden afgeremd, omdat ze zelf te snel weer aan het werk willen.’

Uit het onderzoek blijkt ook dat de snellere werkhervatting geen belemmering vormde voor het klachtenherstel. Maar hoe zit het met de langere termijn? Dat weten we nog niet, zegt Lagerveld. ‘Ik heb de patiënten in totaal een jaar lang gevolgd, en zag in die tijd geen negatieve effecten. Maar hoe het na langere tijd gaat, moet nog verder onderzocht worden.’

Werkgever speelt een belangrijke rol
De uitkomsten van het onderzoek zijn natuurlijk goed nieuws voor werkgevers. Maar de baas heeft nog steeds een belangrijke taak in de reïntegratie, benadrukt Lagerveld. ‘Werkgevers zijn wettelijk verplicht om hun werknemers tegemoet te komen, bijvoorbeeld door mogelijk te maken dat mensen tijdelijk parttime aan de slag gaan.’

Niet iedere organisatie geeft daar even goed invulling aan, merkte ze. ‘Soms is het van: we hebben nog wel ergens een donker keldertje waar je dossiers kunt gaan archiveren. Terwijl het juist heel belangrijk is dat de leidinggevende een passende invulling van het werk ondersteunt. Werkgevers moeten dus niet gaan denken dat ze met zo’n werkgerichte therapie niks meer hoeven te doen.’

Bron: Loopbaan-visie.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.