Pesten op het werk, wat zegt de wetgeving?

Mobbing, Intimidatie en Pesten op Het werk, Wat Zegt de Wetgeving?
Pesterijen op het werk zijn volgens de wet onterecht en terugkerend gedrag dat buiten of binnen de onderneming of instelling voorkomt.

Dit gedrag uit zich in feiten, woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren of geschriften die de persoonlijkheid, waardigheid of fysieke of psychische integriteit van een werknemer bij de uitvoering van zijn job aantasten.

Door het gedrag breng je de job van je collega in gevaar of creëer je een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving.

In het geval van pesterijen moet het wel om terugkerend gedrag gaan. Voorbeelden zijn: het slachtoffer isoleren door hem te negeren, apart te houden van zijn collega’s, zijn werkinstrumenten geleidelijk af te nemen enzovoort.

Er zijn ook nog andere veel voorkomende pesterijen. Je collega’s kunnen je voortdurend onderbreken, roddelen, je kleineren, je uitlachen, je beledigen, je in diskrediet brengen, bedreigen, je onder druk zetten, jouw persoonlijke bezittingen wegnemen, je bestanden wissen, jouw taken afnemen, je nutteloze taken laten uitvoeren of taken laten uitvoeren die helemaal niet met de functie overeenstemmen, kritiek geven op je religieuze overtuiging of afkomst enzovoort.

Wat zegt de Wet hierover?
Artikel 7:658 lid 1 Burgerlijk Wetboek.
De werkgever heeft een zorgplicht voor de veiligheid van de werkomgeving, waaronder ook de verplichtingen vallen die de werkgever op grond van de Arbeidsomstandigheden-wet heeft. De werkgever moet maatregelen treffen en aanwijzingen verstrekken die rede-lijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. De werkgever is aansprakelijk voor alle schade die de werk-nemer lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij zijn zorgverplichting is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer die schade heeft geleden.

Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad).
Ook op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad) is de werkgever aansprakelijk voor intimidatie, psychische terreur e.d. op het werk. Het kan hierbij gaan om een onrechtmatige daad van een ondergeschikte of een onrechtmatige daad van de werkgever zelf.

Artikel 6:106 lid 1 onder a en b van het Burgerlijk Wetboek.
Wanneer de werkgever zelf de dader is van psychische terreur e.d. dan schendt hij de norm van artikel 6:106 lid 1 onder a en b van het Burgerlijk Wetboek. Er is dan sprake van: ‘opzet en oogmerk om iemand schadelijke materiële en immateriële gevolgen toe te brengen’. De werkgever weet wat hij doet en heeft controle over de situatie en zichzelf en gebruikt bepaalde vormen van interne agressie (intimidatie, psychische terreur, mobbing, wegpesten, kalt stellen e.d.) welbewust en doelgericht als managementinstrument om mensen ertoe te dwingen ‘vrijwillig’ ontslag te nemen. In zo’n situatie moet de geleden volledig worden vergoed.

Artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.
Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid houdt mede een verbod op inti-midatie in. Onder intimidatie wordt verstaan: gedrag dat met leeftijd verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en een be-dreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

Artikel 284 Wetboek van Strafrecht.
Intimidatie, psychische geweld, pesten e.d. kunnen ook strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht. De dader kan worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf van ten hoogste 9 maanden. Vervolging is alleen mogelijk als een klacht wordt ingediend. Het misdrijf is gepleegd wanneer iemand door licha-melijk of psychisch geweld, bedreiging met geweld of een feitelijkheid (bijvoorbeeld intimideren of pesten) wordt gedwongen om iets te doen, niet te doen of te dulden.

Andere artikelen Wetboek van Strafrecht.
Andere artikelen uit het Wetboek van Strafrecht die van belang kunnen zijn om de dader van agressie en geweld op het werk aan te pakken zijn:

  • artikel 141 (openlijke geweldpleging)1. Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
    2. De schuldige wordt gestraft:
    2.1 met gevangenistraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, indien hij opzettelijk goederen vernielt of indien het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel tengevolge heeft;
    2.2 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
    2.3 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien dat geweld de dood ten gevolge heeft.
    3. Artikel 81 blijft buiten toepassing;
  • artikel 261 (smaad)1. Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
    2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
    3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.;
  • artikel 266 (eenvoudige belediging)1. Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
    2. Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.;
  • artikel 300 (mishandeling)1. Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
    2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
    3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
    4. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.
    5. Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.; en
  • artikel 350 (vernieling)1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
    2.Gelijke straf wordt toegepast op hem die opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, doodt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt..

4.1 Artikel 3 e.v. van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).
De Arbowet introduceert de term ‘psychosociale arbeidsbelasting’ : De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting. De wetge-ver verstaat onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA) onder andere: pesten, wegpes-ten, intimidatie, psychische terreur, mobbing, bossing, bullying en dergelijke.

De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht een beleid te voeren dat erop gericht is werknemers te beschermen tegen pesten etcetera. In het Arbobesluit is dit verder uit-gewerkt. De Arbowet is min of meer een preventieve wet om vooraf een acceptabel niveau van veiligheid op het werk te garanderen en niet bedoeld om slachtoffers van een onveilige situatie (horizontale intimidatie, verticale intimidatie, psychische terreur e.d.) tegemoet te komen met een schadevergoeding.

Schadevergoedingsartikelen.
De drie belangrijkste schadevergoedingsregelingen zijn opgenomen in:

  • artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap)De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen.;
  • artikel 7:658 BW (schadevergoeding)1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
    2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
    3. Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
    4.Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.;
  • artikel 6:162 en 6:106 BW (onrechtmatige daad en opzet)Artikel 6:162
    1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
    2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
    3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
    Artikel 6:106
    1. Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
    1a – indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;
    1b – indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;
    1c – indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.
    2. Het recht op een vergoeding, als in het vorige lid bedoeld, is niet vatbaar voor overgang en beslag, tenzij het bij overeenkomst is vastgelegd of ter zake een vordering in rechte is ingesteld. Voor overgang onder algemene titel is voldoende dat de gerechtigde aan de wederpartij heeft medegedeeld op de vergoeding aanspraak te maken..