Professioneel Adviseren

Opdrachtgevers zijn op zoek naar adviseurs begrip, empathie en impact. Maar kom daar maar eens om. Adviseurs die zich tot dat niveau willen opwerken, vinden alles wat ze daarvoor nodig hebben in het handboek Professioneel Adviseren van Jan de Vuijst. En zelfs nog meer dan dat.

De adviesmarkt is de afgelopen decennia behoorlijk veranderd, stelt Jan de Vuijst. De vorige generatie adviseurs was nog vooral bezig met het optimaliseren van strategieën, structuren en processen. Tegenwoordig staat de mens centraal met al zijn mogelijkheden en met al zijn beperkingen. Van de nieuwe generatie adviseurs wordt verwacht dat ze daar begrip voor tonen en dat ze daarmee om weten te gaan. Daarom wil De Vuijst hen de vaardigheden en vooral ook de inzichten meegeven die zij daarbij nodig hebben. Dat doet hij als bestuursadviseur en hoogleraar Informatiewetenschap aan de Universiteit van Tilburg, waar hij vooral doceert aan TIAS School for Business and Society. Eerder was hij onder meer partner bij het onlangs ter ziele gegane Boer & Croon.

Professioneel Adviseren heeft de opzet van een klassiek studieboek of – voor de meer ervaren adviseur die nog eens iets wil naslaan – een handboek. Eerst behandelt De Vuijst de positie en de rol van de adviseur. Vervolgens geeft hij inzicht in het gedrag van mensen in organisaties en bespreekt hij hoe adviseurs daarmee om kunnen gaan. Dat is een opstapje voor een bespreking van het in dit verband onvermijdelijke begrip ‘weerstand’. Tot slot behandelt hij stap voor stap de verschillende stadia van het adviesproces. Dat doet hij aan de hand van het GROW-model van GoalRealityOptions en Will. Door alle hoofdstukken heen legt De Vuijst sterk de nadruk op nut en noodzaak van introspectie en zelfreflectie. Terecht, want de iedere adviseur is behalve zijn eigen grootste vriend ook zijn eigen grootste tegenstander.

De Vuijst presenteert zijn kijk op advies als een ‘nieuwe benadering’ waarbij de adviseur niet zo zeer in de weer is met de organisatie als wel met de mensen die de organisatie vormen. Daar past wel enige relativering bij. Het is ontegenzeggelijk waar dat advies vroeger nogal eens beperkt bleef het formuleren van strategieën en het maken van blauwdrukken. Maar dat was toch vooral in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Sinds die tijd is er wel het een en ander gebeurd in het vak. De eerste aanzetten tot een veranderaanpak die rekening houdt met de manier waarop mensen zich nieuwe ideeën eigen maken dateren zelfs van ruim voor die tijd. Denk aan de socioloog Rogers, die al in 1962 zijn klassieker Diffusion of Innovations publiceerde. Ondertussen is daar een hele industrie op gebaseerd.

Ook inhoudelijk is er iets opmerkelijks aan de hand met de Professioneel adviseren. De Vuijst lijkt een zekere voorkeur te hebben voor onorthodoxe modellen en theorieën. Zo grijpt hij regelmatig terug op Spiral dynamics om de ontwikkeling van organisatieculturen te verklaren. Dat gaat terug op het werk van de psycholoog Graves, die acht niveaus van menselijk bestaan onderscheidde met elk hun eigen kenmerkende set van waarden en normen. In tijden van crisis en verandering zouden mensen terugvallen op een eerder, primitiever niveau. Daar koppelt De Vuijst dan de theorie van de Management Drives aan, die verschillende drijfveren onderscheidt die mensen kunnen hebben. Variërend van de ‘tribal drive’ tot de hoogst ontwikkelde ‘holistic drive’ zouden die niet alleen ons gedrag maar ook ons wereldbeeld verklaren.

Op dit hele complex van ideeën is fundamentele kritiek mogelijk. Zo waarschuwt Patrick Vermeren op zijn website over Evidence Based HRM bedrijven en instellingen die Spiral Dynamics en Management Drives willen toepassen er nadrukkelijk voor dat de betreffende ideeën niet empirisch onderbouwd zijn en geen enkele wetenschappelijke basis hebben.

In het interview dat ik met De Vuijst had over zijn boek, zegt hij de oorspronkelijke ideeën van Graves nog steeds waardevol te vinden maar het te betreuren dat die zijn ‘gekaapt’ door ‘New Age figuren’. Zijn reden om ze in Professioneel Adviserentoch te gebruiken, is dat hij ze bij veel van zijn klanten tegenkomt. ‘Als die ermee werken,’ zegt hij, ‘bereik ik meer wanneer ik daar een stukje in meega dan wanneer ik me erboven plaats.’ Voor een adviseur die met beide voeten in de modder staat kan dat een valide argument zijn. Voor een wetenschapper die een boek schrijft om een volgende generatie adviseurs houvast te geven, vind ik dat te gemakkelijk.

 

Bron: Managementboek.nl

4 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.