Moeten we een flexibele arbeidsmarkt wel willen?

Nederland schreeuwt om een hervorming van de arbeidsmarkt, vinden de meeste economen. Het ontslaan van personeel zou goedkoper en makkelijker moeten worden. Alfred Kleinknecht denkt daar heel anders over.

Naar aanleiding van de eerste verjaardag van kabinet Rutte 2 hielden BNR Nieuwsradio en het Financiële Dagblad een enquête onder topeconomen. Zij gaven eensgezind het kabinet en premier Rutte zelf een dikke onvoldoende. Na bezuinigingen door het kabinet en besparingen door de burger, zagen zij het uitblijven van hervormingen als belangrijkste oorzaak van de zorgelijke situatie van de arbeidsmarkt. Een van de kleine pluspuntjes vonden de economen de verkorting van de WW-duur en herziening van het ontslagrecht. Zo wordt ontslaan goedkoper. Dat is de standaardoplossing voor het aanpakken van werkloosheid volgens de klassieke economische theorie die het gros van de economen aanhangt.

Iemand die niet bij het gros hoort, en daarmee automatisch een zogenaamde heterodoxe econoom is, is Alfred Kleinkecht. De Delftse hoogleraar economie en innovatie is het faliekant oneens met zijn collega’s. ‘Nederland moet er echt voor oppassen om langs die lijn te redeneren,’ stelt hij. ‘Flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt niet tot meer banen.’ Dat is niet zomaar een mening, maar een conclusie die de hoogleraar economie en innovatie na twintig jaar onderzoek trekt. Bovendien is het slecht voor innovatie, stelt hij. En innovatie hebben we juist hard nodig als we ons huidige welvaartsniveau niet willen verliezen. Dat benadrukte de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport Naar een lerende economie.

Innovatie
In de afscheidsrede die Kleinknecht eind oktober hield (hier online te bekijken), liet hij zien dat het wetenschappelijke bewijs voor een relatie tussen een flexibele arbeidsmarkt en meer banen magertjes is. Verschillende studies laten zien dat er geen verschil is in werkloosheidscijfers tussen flexibele en starre arbeidsmarkten. Kleinknecht zelf en andere economen hebben bovendien aangetoond dat flexibilisering juist slecht is voor arbeidsproductiviteit en innovatie.

Om dat te verklaren gaat Kleinknecht te rade bij Joseph Schumpeter, een van zijn persoonlijke helden. Volgens de Oostenrijkse econoom en politicoloog is innovatie de drijvende kracht achter economische veranderingen. Hij zag dat innovatie in grote bedrijven vooral een resultaat is van werknemers die lange tijd in dienst zijn en zo kennis opbouwen en die op leerlingen overdragen.

Een goed voorbeeld hiervan is Silicon Valley. Kleinknecht: ‘In de beginjaren profiteerde dit gebied van de flexibele arbeidsmarkt. Jonge bedrijven konden eenvoudig mensen aannemen en weer ontslaan. Nu er een aantal bedrijven als Google en Yahoo groot zijn geworden, is die flexibiliteit juist schadelijk. Zij zien kennis weglekken naar de concurrent. Dat levert aanzienlijke schade op. Ik sprak met de CEO van ASML. Zijn bedrijf kan een monopolist blijven door de honkvastheid van het personeel in Eindhoven. De ontwikkelingen gaan zo snel in het bedrijf dat het geen zin heeft om het te documenteren, de kennis zit in de hoofden van de werknemers.’

Het is niets nieuws dat Kleinknecht tegen de conventie ingaat. Hij fungeerde al vaker als onheilsprofeet. Helaas kreeg hij vaak gelijk. Zo waarschuwde hij in 1997 samen met zeventig andere economen voor de gevaren van het smeden van een Europese Monetaire Unie zonder een gezamenlijk economisch beleid. Ook voorzag hij in 2007 de kredietcrisis die ruim een jaar later uitbrak en waarschuwde hij in 2008 als enige Nederlandse econoom voor de onhoudbare schuldenopbouw in Zuid-Europa. Zijn tegendraadsheid heeft hem niet populair gemaakt bij andere economen. Daardoor gaan veel bestuursfuncties aan hem voorbij. Ermee zitten doet hij niet: ‘Zo hou je tijd over voor leuke dingen als onderzoek en onderwijs.’

Hoe de hoofdmoot van de economen omgaat met andersdenkende collega’s als Kleinknecht, is typerend voor de economische wetenschap. Dat vindt Ingrid Robeyns. Zij is econoom van oorsprong en nu hoogleraar praktische filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Als heterodoxe econoom wordt je eruit geknikkerd. Je kunt je afvragen of de economie daarmee nog wel zelfregulerend is.’

Als je niet meegaat met de klassieke hoofdstroom, dan sta je er dus buiten. Maar daarnaast wordt er in de economie weinig bij de buren gekeken. ‘Ik ken geen ander wetenschapsgebied waar zo weinig interdisciplinair onderzoek gebeurt. Dat terwijl de arbeidsmarkt juist een onderwerp is dat je vanuit verschillende disciplines moet benaderen. Economen zouden veel meer moeten nadenken over de morele consequenties van hun beleidsadviezen. Wat betekent hervorming van de arbeidsmarkt voor mensen die werken en voor mensen die buiten de boot vallen?’

De wereld is veranderd
Het smalle en orthodoxe karakter van de economische wetenschap geldt ook voor economieopleidingen. Studenten van de Universiteit van Manchester richtten vorig jaar daarom de “Post-crash Economic Society” op. ‘De wereld is veranderd, onze studieboeken niet – is het geen tijd om daar iets aan te doen?’ is de samenvatting van hun missie. Eerder tekenden studenten van de universiteiten van Harvard, Cambridge en Parijs al protest aan. ‘Studenten verkeren in een precaire positie. Als zij protesteren, dan zegt at nogal wat,’ zegt Robeyns. ‘We wachten al vijftien jaar of verandering, maar ik zie voorlopig geen kentering.’

Ton Wilthagen is socioloog en hoogleraar institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt in Tilburg. Hij is optimistischer: ‘Sommige economen beginnen zich bewust te worden van de morele dimensie van hun wetenschapsgebied. De crisis is namelijk niet alleen een economische crisis, maar ook een politieke crisis en een maatschappelijke crisis. Economische modellen zijn een versimpeling van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid zelf. Adam Smith, de grondlegger van de klassieke economische theorie, heeft niet alleenThe Wealth of Nations geschreven, maar ook The Theory of Moral Sentiments. Weinig economen hebben dat laatste boek gelezen.’

Wilthagen is weliswaar geen orthodoxe econoom, met Kleinknechts standpunt over de arbeidsmarkt is hij het niet eens. ‘Onze arbeidsmarkt moet moderniseren. We hebben nu een tweedeling van mensen met een vast contract en daaromheen allerlei flexibele schillen. Vijftig tinten flexibel noem ik dat. Mensen met een vast contract zijn volledig beschermd, maar mensen zonder zijn aan hun lot overgelaten. Ik pleit voor een betere bescherming van de flexwerker, voor flexicurity.’

Of we nu flexibiliteit, starheid of flexicurity moeten willen, nadenken over de morele gevolgen van beleid is geen overbodige luxe. Want om nu het lot van alle werkenden en werklozen toe te vertrouwen aan modellen die de economische crisis niet konden voorspellen is in ieder geval geen goed idee.

Bron: Loopbaan-visie.nl