WAAROM DEPRESSIE JUIST VOOR MIDDENMANAGERS EEN GROOT GEVAAR IS

Middenmanagers hebben bijna twee keer zoveel kans op een depressie als ‘gewone’ werknemers of de top van de organisatie.Terwijl 18 procent van de middenmanagers en leidinggevenden van kleine teams symptomen van een depressie rapporteert, is dat onder ‘gewone’ werknemers slechts 12 procent, en onder eigenaren en directeuren nog minder: 11 procent. Dat blijkt uit recent onderzoek van Columbia University onder 22.000 voltijds werkenden.

NIEUW INZICHT
De uitkomst is een verrassing volgens de onderzoekers: als het gaat om depressies, gaat de aandacht meestal uit naar de laagsten in de hiërarchie, die doorgaans weinig inspraak hebben in hoe ze hun functie moeten uitvoeren. Dat het echter juist de middenmanagers zijn die in de gevarenzone zitten, heeft volgens de onderzoekers te maken met wat ze noemen: ‘contradictory-class location’: ze verdienen meer en hebben meer autonomie dan de mensen aan wie ze leiding geven, maar minder dan hun superieuren en mogen ook niet meebeslissen over de strategische onderwerpen.

ONTEVREDENHEID NAAR TWEE KANTEN
Middenmanagers moeten strategisch beleid – wat ze níet zelf hebben ontwikkeld – uitvoeren en uitleggen aan hun medewerkers, terwijl die medewerkers het daar misschien helemaal niet mee eens zijn. Feitelijk hebben middenmanagers dus de ondankbare taak om de ontevredenheid naar twee kanten toe te managen. En die ondankbare taak zorgt voor veel stress en dus ook depressies. ‘Werknemers in het midden van de hiërarchie hebben niet de voordelen van de top, noch die van de onderste regionen’, zegt Seth Prins, de hoofdauteur van de studie en verbonden aan Columbia University’s Mailman School of Public Health. ‘Het is dus niet zo dat hoe hoger je klimt op de ladder, hoe minder depressie en angsten ontstaan.’
EENZAAM AAN DE TOP
Hij verklaart dat feit onder meer door de eenzaamheid aan de top. ‘Anders dan gewone werknemers kunnen middenmanagers minder makkelijk anderen de schuld geven. Daardoor missen ze een defensiemechanisme. Bovendien kunnen ze minder makkelijk dingen met elkaar delen dan gewone werknemers, zodat ze solidariteit missen.’

Bron: mt.nl