De 5 beste leiderschapslessen van John F. Kennedy

John F. Kennedy stond onder andere bekend om zijn charisma en zijn buitengewoon goede skills als spreker. Deze week zou de 35ste president van de Verenigde Staten 100 jaar zijn geworden. Wat kunnen we van hem leren over leiderschap? Kennedy was de jongste president ooit en stond symbool voor de nieuwe generatie. Het was een geestige spreker die zichzelf goed wist te verwoorden en daarmee gemaakt leek voor het televisietijdperk. Hij zat pas drie jaar in het Witte Huis toen hij werd neergeschoten.

Zijn eerste jaar als president was een ramp, erkende hij zelf. Kennedy was iemand die zijn fouten durfde toe te geven en tijdens zijn presidentschap continu bleef leren. Op die manier behaalde hij een aantal buitengewone prestaties. Zijn bekendste succes boekte hij in de Cubacrisis. Kennedy wist een kernoorlog af te wenden en een vreedzame overeenkomst met de Sovjet Unie te sluiten.

Zijn vermogen om te inspireren was misschien wel Kennedy’s grootste kwaliteit. Met charismatisch leiderschap wist Kennedy het Amerikaanse volk op emotioneel en persoonlijk niveau te bereiken. Een leiderschapsstijl die door kenners ook wel transformationeel leiderschap wordt genoemd. ‘Change is the law of life. And those who look only of the past or present are certain miss the future’, zei Kennedy eens. ‘Een transformationeel leider is charismatisch, bezit overtuigingskracht, inspireert en heeft een uitdagende visie. Mensen wíllen zo’n leider volgen en zetten graag een stapje extra’, vertelde Janka Stoker, hoogleraar leiderschap, in een eerder interview met MT. ‘Het gaat vaak om een groter belang. Denk maar aan de beroemde speech van Kennedy: “Ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country.“’

Externe expertise

Kennedy was een idealist en geloofde in de waarde van goede ideeën en mensen. Hij omringde zichzelf graag met de knapste knoppen; ervaren en doortastende adviseurs die hij aanmoedigde om tegen hem in te gaan. Bij het maken van beslissingen vroeg Kennedy zijn teamleden altijd om hun individuele mening. Pas na het wegen van de verschillende adviezen, maakte hij een beslissing. Een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelde een mening te verkondigen was voor Kennedy essentieel onderdeel van zijn leiderschap.

Nee zeggen

Wel wist Kennedy het advies en de aannames van zogenaamde experts uit te dagen. Tijdens de Berlijncrisis adviseerden twee analisten in het voeren van een ‘rationele kernoorlog’ tegen de Sovjet Unie. Ze vertelden Kennedy dat hij kon acteren met een beperkt aantal slachtoffers. Maar de president bleef op zijn hoede en stelde doortastende vragen. Toen geen enkele adviseur hem kon voorzien van een bevredigend antwoord, schoof hij het voorstel aan de kant. Zijn les: goede leiders weten wanneer ze nee moeten zeggen.

Management in crisistijd

Kennedy stond bekend als een goede crisismanager. In de Cubacrisis wilde de stafchefs van het Pentagon zo snel en hard mogelijk reageren, nog voordat de Sovjet Unie de raketten op Cuba operationeel zouden maken. Kennedy voelde aan dat een agressieve actie de snelste route naar een kernoorlog was. Tegelijkertijd was hij het eens met de mening dat hij de raketten op Cuba niet kon accepteren. Wat deed Kennedy? Onder hoeveel druk hij ook stond, Kennedy bleef kalm. Hij weigerde om een gehaaste keuze te maken. Daarnaast verzamelde hij zoveel mogelijk informatie. Zo creëerde hij de breedst mogelijke feitelijke basis voor zijn beslissing. Waar anderen een catastrofe zagen, zag Kennedy mogelijkheden.

Bron: MT.nl